Geldig vanaf 25-05-1997 tot heden

De plv. directeur-generaal der Belastingen heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


 Beoordeling landgoedrechtspersonen

Op grond van artikel 9a van de Natuurschoonwet 1928 (NSW) is geen overdrachtsbelasting verschuldigd indien landgoederen worden verkregen door natuurlijke personen of door rechtspersonen die naar het oordeel van Onze Minister van Financiën hoofdzakelijk de instandhouding van een of meer landgoederen ten doel hebben. Voorts is blijkens artikel 9c van de NSW de belasting onder meer alsnog verschuldigd indien naar het oordeel van de Minister de rechtspersoon niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van landgoederen ten doel heeft, dan wel werkzaamheden verricht welke met dat doel in strijd zijn.

Ik heb aanleiding gevonden om de bevoegdheid inzake bedoelde beoordelingen te mandateren aan de Belastingdienst/Registratie en successie ’s-Hertogenbosch.


 Verkrijging van aandelen in landgoedrechtspersonen

Indien geen landgoederen maar aandelen c.q. certificaten van aandelen in de hiervoor bedoelde rechtspersonen worden verkregen door natuurlijke personen of door de hiervoor bedoelde rechtspersonen is de vrijstelling van artikel 9a van de NSW niet van toepassing.

Ik keur echter goed dat met een beroep op artikel 63 AWR hiervoor een tegemoetkoming in de overdrachtsbelasting wordt verleend. Dit geldt ook indien een landgoedrechtspersoon eigen aandelen inkoopt.

Aan deze tegemoetkoming worden overeenkomstige voorwaarden verbonden als die bedoeld in artikel 9c van de NSW. Bovendien geldt de tegemoetkoming slechts voor zover de verkregen aandelen onder de NSW gerangschikte landgoederen vertegenwoordigen.

Voor zover het een verkrijging betreft door de hiervoor bedoelde rechtspersonen was dit al vast beleid. Zie de beleidsbeslissing van 16 december 1991, nr. VB 91/855, gepubliceerd in Infobulletin 92/70. Dit beleid geldt derhalve nu ook voor een verkrijging door natuurlijke personen.

De bevoegdheid om ter zake van vorenbedoelde verkrijging met toepassing van artikel 63 AWR een tegemoetkoming in de overdrachtsbelasting te verlenen, heb ik bij deze gemandateerd aan de Belastingdienst/Registratie en successie ’s-Hertogenbosch.

De beleidsbeslissing van 16 december 1991, nr. VB 91/855, gepubliceerd in Infobulletin 92/70, komt hiermee te vervallen.


 Verkrijging van nog niet onder de NSW gerangschikte landgoederen

Het ontmoet mijnerzijds geen bezwaar om de vrijstelling van overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 9a NSW ook toe te passen bij een verkrijging van een onroerende zaak die ten tijde van de verkrijging nog niet onder de NSW is gerangschikt. De onroerende zaak moet dan wel ten tijde van de verkrijging rangschikkingswaardig zijn. Voorts moet een beroep op de vrijstelling worden gedaan en moet bij de akte een kopie van het verzoek om rangschikking onder de NSW worden overgelegd. Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging niet rangschikkingswaardig was of als de rangschikking niet tot stand komt, dan is alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd.